Zoeken
  • Elisabeth de Bruijn

Wanneer gaat mijn burn-out eindelijk over?

Bijgewerkt: 8 sep 2019

Deze vraag heb ik me de afgelopen jaren vaak gesteld. Regelmatig ook met de nodige wanhoop.

Het besef dat er geen specifiek moment zal komen waarop ik kan zeggen: ‘zo nu voel ik me voortaan weer kiplekker en fit’, begint langzaam te dagen. Bij vlagen. Stil te staan bij: dit is het nu en wellicht blijft dit ook zo. Meer of minder moe zijn. Ik kan vele aspecten van moeheid beschrijven, van niet eens kúnnen opstaan tot ‘oh ja de hond moet nu echt worden uitgelaten’. En dan maar geen boodschappen doen. Hm, vandaag alweer niet. Dat moe zijn ook zo vermoeiend is…


Burn-out, het wordt een regelrechte epidemie. Met vele varianten, in intensiteit, duur, beperkingen, in kleur en vorm. En met vele aanleidingen. Te hard werken, jezelf niet op de eerste plaats zetten, je best doen, (te) perfectionistisch zijn, jezelf niet goed verzorgen, overstretchen tot het onmogelijke, te weinig ontspannen, alsmaar doorgaan, teveel ballen in de lucht houden, je over-verantwoordelijk voelen voor anderen of zelfs anderen willen redden, je bovenmatig aanpassen, eigen grenzen niet respecteren, onvoldoende of niet bijtanken, pauzes en lunches overslaan, niet luisteren naar je lichaam. Je bent letterlijk aan het overleven. Lang, jarenlang. Of in ieder geval té lang.


Wie in de categorie ervaringsdeskundigen herkent zich niet in één of meer van deze variaties in gedrag?


Is er een rode draad in te vinden in de onderliggende oorzaken? Van waaruit dit gedrag dat er in hoofdzaak op neerkomt dat het daarmee mogelijk is om jezelf zo op te rekken dat alle reserves op zijn, dat de balans tussen inspanning en ontspanning volledig zoek is geraakt. En dat signalen, die vaak achteraf gezien zo duidelijk gegeven werden, niet hebben geleid tot het voorkomen van een geestelijke en lichamelijke uitputting? Een uitputting die niet vanzelfsprekend verdwijnt met een paar weken of maanden rust nemen. Maar die jaren kan duren. Had ik deze uitputting wellicht kunnen voorkomen?


Dus is de vraag:

Waar gaat mijn burn-out eigenlijk over?


Niet het gedrag is de oorzaak, maar het waarom. Wat maakt dat je dit doet? Waar is dit een antwoord op? Waarom bijvoorbeeld zet je jezelf niet op de eerste plaats? Of hoezo voel je die vermoeidheid of overbelasting pas als die de pan is uitgerezen? Hoe kan het dat je doorloopt, doorgaat, en onvoldoende voelt dat er iets aan de hand is. Dat de emmer dreigt over te lopen. Of dat wel ergens opmerkt, maar er niet op reageert. Of dat het stressniveau al zo lang en hoog is opgelopen dat dit een normale staat van zijn is. En dat je je dát niet bewust bent.


Dat je onvoldoende voelt hoe de vlag er werkelijk bij staat. Wat het lichaam werkelijk nodig heeft, wat de geest echt ontspant. Wat werkelijk bij je past, je omgeving, je relaties, je werk of studie, je leven.

Een essentiële vraag. Hoezo neem je dat niet waar en/of reageer je er niet op? Of leef je het leven van een ander in plaats van je eigen leven?

Terugkomend op de titel van dit stukje, ben ik mijn burn-out min of meer gaan ervaren als een totaal andere staat van zijn. Nu de grote uitputting achter de rug is en ik mezelf weer als gezond zie, weet ik ook: zoals het was, wordt het niet meer. Dat was letterlijk ziekmakend. Het zag er op het oog goed uit. Met een carrière als advocaat en later als rechter, ook succesvol. Dat laatste heb ik zelf nooit zo gezien en daar zat ‘m precies de kneep, want ik was eraan gewend dat mijn zelfbeeld laag was, dat ik mezelf diep van binnen mislukt voelde, weinig stevigheid in mezelf had en me vervreemd voelde in mezelf.


Ik kwam er gaandeweg in mijn leven achter dat anderen mij zagen als een leuke, aardige, slimme en aantrekkelijke vrouw. En er dus een aardig contrast was tussen hoe ik mezelf zag en hoe anderen mij zagen. Dat ik liever in mijn eigen schaduw liep dan vol in het licht te gaan staan. Dat ik doorlopend de angst had dat ik bijvoorbeeld door de mand zou vallen. En dat min of meer als een vanzelfsprekendheid beschouwde. Een angst die ik graag voor mezelf hield.


Noodgedwongen kwam ik tot stilstand jaren geleden, vrij abrupt. En resoluut. Het was letterlijk tijd om mezelf te gaan beschouwen. Er was werk te doen, niet buitenshuis, maar in mezelf. Om achter de oorzaak van mijn burn-out te komen mocht ik in mezelf afdalen en aankijken waar mijn gedragingen en mijn kwellende overtuigingen antwoorden op waren. Waar ik geen idee van had.


En daar kom ik op een gebied dat niet vanzelfsprekend is om te betreden. Het gebied waarin we zijn gevormd tot wie we zijn geworden. Het gebied waarin ons fundament is gebouwd. Letterlijk de omgeving waarin we zijn aangekomen, vanaf het allereerste moment. Het lijkt zo logisch dat we gevormd worden door alle ervaringen, en in het bijzonder de allereerste, die zijn weggezakt in een ver geheugen, meestal niet beschikbaar op latere leeftijd.

Het gebied dat je aantreft als je geboren wordt. Om preciezer te zijn al daarvoor: in de baarmoeder. De omgeving, de sfeer, het familiesysteem. Waartoe je je noodgedwongen gaat verhouden. En je daarin en daaraan gaat aanpassen.


Ik was niet zozeer uitgeput van het harde werken in combinatie met moeder zijn, en al wat daarbij komt. Ik was vooral uitgeput van het dragen van een zware last op mijn schouders.

De eerste inkijk in mijn eigen leven, naar mijn eerste bepalende levensjaren, vanaf het allereerste begin, die had ik graag overgeslagen. Maar ik besefte, als ik hieraan geen aandacht besteed, dan ga ik niet herstellen.


Nu vele jaren later en een stuk wijzer weet ik: juist het zo buiten mezelf leven was mijn antwoord op dat wat ik aantrof in het leven. En wat ik uiteindelijk niet langer volhield. Omdat het mij volledig uitputte.

Waar ik toen geen weet van had en dat besef is ook nog niet alom doorgedrongen, is dat vroegkinderlijk trauma veel voorkomt. En dan druk ik me zelfs voorzichtig uit.

De relatie leggen tussen burn-out en (vroegkinderlijke) trauma is nog geen vanzelfsprekende in de benadering en ‘behandeling’ van burn-out. Omdat het moment van instorten of uitgeput raken veelal jaren of zelfs decennia na deze ervaringen ligt. Dan sta je niet meteen stil bij hetgeen er in de vroege jeugd is voorgevallen. Als daar al herinneringen van aanwezig zijn. Maar juist daar wel bij stil te staan, legt de kern bloot. De kern van de uiteindelijke uitputting.

Het stukje voor stukje terugvinden van die puzzel, door de verwerking van dat trauma, leidt tot het hervinden van datgene wat werkelijk bij je past, bij wie je in wezen bent. En tot het daarop kunnen afstemmen van je gedrag.


Voor mij is die burn-out een zegen geworden. En letterlijk datgene wat mijn leven heeft gered. Al kan ik dat nu beter zien dan toen ik er midden in zat. Om terug te komen op de titel van dit stuk, misschien is dat wel het grootste inzicht. Het is een blijvende oefening om te voelen wat past en wat teveel is, om te vertragen in plaats van te verdragen.


Dat is hoe ik me voortaan, een stuk lichter, door mijn leven beweeg.

0 keer bekeken

© 2016 Elisabeth de Bruijn.                         Silencioso                  KvK 66140471                BTW nr NL199046621B01